Aloha - Muse: ‘Beroemd Zullen We Nooit Worden’ (september 2003)

Jongens zijn het, maar… aardige jongens. Alledrie mid-twintig, talentvol en een tikje verkouden. Gedrieën gaan ze door het leven als Muse. En ze hebben de afgelopen drie jaar de wereld veroverd.

Op de een of andere manier is dat niet aan ze af te zien als Aloha op een zonnige juli-middag aanschuift bij het drietal. Plaat nummer drie is op dat moment net af en heeft een dag eerder de definitieve titel meegekregen: Absolution. De goedlachse bassist Chris Wolstenholme en de wat schuchterder drummer Dom Howard zitten op een sofa in een Brusselse hotelsuite, te wachten op hun zoveelste interview over het nieuwe werk. Ze delen een Aloha, druk kijkend naar de plaatjes, terwijl ze zich nu en dan al sniffend en kuchend verbazen over de vele ‘g’s’ en ‘ch’s’ in de Nederlandse taal. Ondertussen ijsbeert achter hen de piepkleine en graatmagere zanger Matt Bellamy heen en weer met een mobiele telefoon in zijn hand. Radio 3-dj Isabelle houdt er vandaag mee op en Bellamy moet haar in de uitzending de gelukswensen van zijn band te geven. Zo gauw hij verbinding heeft trippelt de frontman naar de badkamer.

De rust keert weder in de zithoek, want al is zijn verschijning klein en timide, Matthew Bellamy is een druk en onrustig mannetje. Matt is energiek en een tikje overdreven in alles wat hij doet, stelt Howard vast, terwijl Wolstenholme ontspannen glimlachend de kalme sfeer om zich heen opsnuift. Maar dat is nu eenm... ‘PIIIIIEEEEEEEEEWWWWWWWWWWIIIIIIIIIIIIIEEEEEEEEEEEEWWWWWWWWWWWIIIIIIIIIIIIIEEEEEEEEEEWWWWWWWWWWWWW!’ Een ijselijk gegil loeit plots vanuit de richting van het voorportaal de kamer in. De beide muzikanten slaan verschrikt de handen voor hun oren; praten heeft geen zin want boven deze hellekreet komt geen mens uit. Oorlog! playbackt Wolstenholme. Of Matt, mimet Howard hem na. Nu is Matt Bellamy in staat het meest ultrasoon hoge stemgeluid uit de hedendaagse rockwereld voort te brengen, maar deze herrie slaat alles. Pas als Bellamy met een pijnlijke blik in z’n ogen en de telefoonhoorn haast ín z’n oor geklemd de badkamer uitstormt, weten ze het zeker: het is niet hun zanger maar een brandalarm. Drie seconden later staat de hele club op de gang. De sirene weet van geen ophouden.

Drie jaar geleden verbaasde Muse, het jonge trio uit het Zuid-Engelse Teignmouth, Devon, de door Britrock en nu-metal overheerste muziekscene met het album Showbiz. De vonk sloeg snel over naar het Europese vasteland en de VS, waar Muse zich stevig nestelde in de underground. Hun zompige rocksongs met vlijmscherpe vocalen laverend tussen Radiohead en Queen vonden vooral in het festivalcircuit veel gehoor en langzaam maar zeker bouwde Muse een status op van publieksfavoriet, waar ze ook speelden. Met het in 2001 verschenen Origin Of Symmetry toonde de band aan een blijvertje te zijn. Er was qua intensiteit en bombast een flink schepje bovenop gedaan en de zwaar aangezette powerrock werd aangekleed door virtuoze piano- en gitaarpartijen met een klassieke inslag allemaal het werk van Bellamy.

Muse begon aan een never ending tour die hen rond de hele aardbol bracht. In Europa werden de clubs ingeruild voor medium-formaat sporthallen en de grootste festivals verwelkomden de jonge Britten als headliner. Muse’ laatste Nederlandse wapenfeit was een meedogenloos uurtje Pinkpop, waarbij de Drafbaan werd platgewalst door een dozijn stuiterende stamprockers van het hoogste volume. Nu staat diezelfde meedogenloze herrieschoppers een beetje hulpeloos in een benauwde Brusselse corridor te wachten tot een aardige Belgische dame verlossing biedt. Ze vinkt een vakje af op een lijst, opent een kastje in de muur, drukt op een knopje en wenst ons verdereen ‘plezante voortzetting’ toe. Het geschal is verdwenen, slechts een pijnlijke piep in de oren rest. Precies als na een van hun concerten.

Waar komt toch die grenzeloze energie en brute kracht tijdens hun optredens vandaan? Ehhmmm... ik denk dat we ons heel bewust zijn van wat de moderne technieken voor een artiest kunnen betekenen, verklaart Bellamy. En dan doel ik vooral op de versterking. Voorbeeld: ik zie een auto als een versterking van je voet. Soms geef je lekker gas en dan gaat het van ‘whaaaaaaa!’. En dat is allemaal het resultaat van een duwtje met je voet. In dat opzicht is het hele gebeuren tijdens een concert de versterking van een mens. Een microfoon en een box zijn mijn gaspedaal. Je hoeft maar iéts te doen en je gaat weer van ‘whaaaaaaa!’ Fucking hell! Dat is echt een fantastisch gevoel.

Eigenlijk mag het een klein wonder heten dat Muse überhaupt het levenslicht zag. In het kustplaatsje Teignmouth, Devon was popmuziek namelijk geen logisch tijdverdrijf. Bellamy: Alles ging daar in fases. Toen wij een jaar of veertien waren werd muziek maken toevallig de mode voor de jeugd. Dat was midden jaren negentig. Een echte professionele muzikale sfeer was er dus niet toen we begonnen, maar op een gegeven moment moeten er wel iets van acht bandjes hebben rondgelopen. Allemaal coverbands, die allemaal oefenden in hetzelfde gebouw en er werd onderling veel gewisseld van bandleden. Binnen een jaar was het hele circuit weer opgedoekt en ging iedereen ineens skateboarden.

Op dat moment vielen de puzzelstukjes voor het latere Muse in elkaar. Wolstenholme: Dom en Matt hadden een eigen bandje en mijn groep repeteerde in de oefenruimte naast hen. Toen de hele boel uit elkaar aan het vallen was, stonden zij ineens voor mijn neus. Of ik niet bij hun wilde bassen. Dat vond ik prima, al was er één klein probleempje: ik was drummer en had nog nooit een basgitaar aangeraakt.

Niettemin ging het drietal aan de slag, onder de naam Rocketbabydolls. Bellamy: In tegenstelling tot al die andere bandjes wilde ik per se doorgaan met het maken van muziek. Wij waren in die tijd sowieso al de enige band met eigen nummers in plaats van een coverrepertoire. En we klonken anders dan de andere bands bij ons uit de buurt. In Exeter speelden de meeste groepen een soort Levellers-muziek. Hippie stuff. Compleet anders. Ik denk dan ook dat onze sound iets persoonlijks is van ons en niet zozeer is ontstaan door onze omgeving. Er is geen ‘Teignmouth-sound’. Als die acht bands het hadden volgehouden, hadden er geen acht Muses rondgelopen.

Toen de drie een Battle Of The Bands wonnen, werd de groep omgedoopt in Muse. Niet veel later bleek hun oorsprong in het rustieke, slaperige Teignmouth toch nog zijn vruchten af te werpen. Het enige raakvlak tussen Devon en de muziekbusiness was de studio van Dennis Smith die bij ons in de buurt was,

vertelt Bellamy in moordend tempo. Smith had daar platen opgenomen met Oasis en Supergrass en wij wisten dat we op de een of andere manier bij hem terecht moesten zien te komen. Dat gebeurde eigenlijk bij puur toeval. Wij waren een jaar of zeventien en timmerden als lokale act behoorlijk aan de weg met ons eigen materiaal. Op een dag kwam Dennis bij een show kijken en sindsdien zagen we hem steeds vaker opduiken. We hadden nog geen platencontract of management, maar hij bleek ons een leuke band te vinden. Toen zijn studio eens een paar dagen leeg stond, mochten wij daar gratis in.

Een handig steuntje in de rug voor Muse, dat zichzelf in één week de beste stukken uit haar voorlopige repertoire zag opnemen, waaronder Cave, Unintended en Muscle Museum. Die zijn ook allemaal op de eerste plaat beland, ratelt Bellamy in één ademteug verder. Wat volgde was eigenlijk een volslagen logische gang van zaken, als ik er nu op terugkijk. Dennis hoorde onze opnamen, vond ze goed en maakte er een cd-tje van. Die verspreidde hij weer onder radiostations, grote kroegen en zijn eigen contacten. Voor we het wisten hadden we een management, niet veel later een platendeal. Mooi, trapsgewijs, alles op z’n tijd. Dat bleef zo een hele tijd doorgaan, tot op het punt waar we nu beland zijn.

De stapjes die Muse zette werden wel steeds groter: in ‘99 werd debuutalbum Showbiz opgenomen en de band speelde door heel Engeland in zalen met een man of vijftig publiek. Bell€€amy: Dan kwamen we daar een paar maanden later weer en stonden er honderd. Een half jaar later weer het dubbele. En dan moet je naar een grotere zaal uit gaan kijken. Het moment dat ik me besefte dat we met Muse iets konden gaan betekenen, was toen we voor het eerst de sprong naar Europa maakten. We speelden twee shows in Frankrijk en de respons was enorm. De eerste was een clubshow voor een paar honderd man, de tweede een festival met duizenden mensen. En we waren nog nooit eerder in Frankrijk geweest! Thuis begon het publiek ook aardige vormen aan te nemen, maar daar hadden we maanden voor moeten rondtouren. Ik kreeg toen in Frankrijk voor het eerst het gevoel dat Muse groot kon worden.

Gesteund door het eerste voorzichtige succes van Showbiz, veroverde Muse steeds meer terrein. Engeland was door de intensieve concertreeksen al veroverd en de rest van Europa volgde gestaag. Ik denk ook dat ik wel weet waardoor dat kwam, zegt Wolstenholme. In Engeland had je Travis en Oasis die een beetje softe, belegen rock maakten. In Amerika was nu-metal helemaal in de mode; hele harde muziek. Ik denk dat wij een soort gat tussen die twee hebben opgevuld, zonder ook maar als een van die stijlen te klinken. We zijn nooit in de mode geweest. Dat is denk ik voor een boel mensen aantrekkelijk.

Ook in de VS begon het voorzichtig te borrelen. Helaas bleek de ‘volgende logische stap’ minder makkelijk voor de toen 21-jarige muzikanten. Bellamy: Het ging op gegeven moment té snel. Van de ene op de andere dag werden we uit onze kloterige day jobs geplukt en in een vliegtuig naar Amerika gezet. Dikke limousine, duur hotel, ontzettend veel handen schudden tijdens sjieke etentjes. Drie dagen later zaten we weer thuis, te wachten op ‘het’ telefoontje dat maar niet kwam. Toen gingen we maar weer naar het uitzendbureau voor een of ander kutbaantje. Dat was een rare tijd.

Toen het eenmaal raak was in de VS, was het gelukkig ook goéd raak. Eind 1999 werd Muse binnengehaald door Madonna’s Maverick-label, die de band gelijk op pad stuurde met de gevestigde namen uit het Amerikaanse sporthallen-circuit. Dat was denk ik de grootste sprong die we ooit gemaakt hebben, blikt Bellamy met een trotse grijns terug. We waren gewend om in Europa op eigen kracht zalen van vijfhonderd man vol te spelen en dat was dan eigenlijk bij voorbaat al een gewonnen wedstrijd. Gezellige zaaltjes waar iedereen ons kende en een band met onze muziek had. Nu stonden we ineens in arena’s van tien-, twintigduizend man waar niemand ooit van ons gehoord had. En dat ontstak iets bij mij.

Niet voor niets wordt nu van de eerste Amerikaanse tour gezegd dat de gedreven muzikant Matt Bellamy werd getransformeerd tot podiumbeest-zonder-weerga. Als je voor tienduizend Amerikanen staat die Muse geen reet kunnen schelen, wil je ze wel eens laten zien wat je waard bent. Dus ging er een knop om. Óf je verstopt je voor zo’n gedesinteresseerde massa, of je gaat gewoon het podium op met een instelling van ‘whhhhoaaaaaaaa!!! yeaaaaaahhhhhh!’ Ik koos voor dat laatste.

Met deze instelling dook Muse ook een indrukwekkende reeks Europese festivals in, waaronder Pinkpop en Lowlands in 2000. Onderwijl werd hard gewerkt aan materiaal voor wat hun definitieve doorbraak zou worden: Origin Of Symmetry. Hoewel deze plaat als een van de belangrijkste albums van 2001 uit de bus kwam, zijn de heren zelf wat gereserveerd over het resultaat. Wolstenholme: We hadden gewoon geen tijd en aandacht om aan die plaat te besteden. We waren constant onderweg, alles kwam daar tot stand. Het persoonlijke aspect van de muziek kwam daardoor erg op de achtergrond. Niettemin sloeg het album in als een bom en kon Muse’ energieke live-set aangevuld worden met een dozijn nieuwe publieksfavorieten als New Born, Bliss en Plug In Baby. En met het immer groeiende succes namen ook de excessen toe. Hotelkamers,

kleedkamers, instrumenten, alles ging aan diggelen. Maar dat is verder weinig bijzonder, aldus Bellamy. Ik ben trotser op de creatievere dingen die we uithaalden. Zo speelden we een keer tijdens een MTV Special in het voorprogramma van No Doubt. Helaas besloot MTV tien minuten voor we opmoesten dat Muse zou worden gecanceld: No Doubt had technische problemen. Toen hebben we de hoofden bij elkaar gestoken en besloten de kleedkamer stukje voor stukje te ontmantelen. We hebben alles wat los en vast zat in één grote pyramide verwerkt. Banken, een tv, een ijskast, een paar tafels maar ook gloeilampen en flessen. Tot in de kleinste details geperfectioneerd, heel artistiek, maar toch was de kleedkamer total loss te noemen. Daar ben ik nog steeds wel over te spreken.

Ook de media kregen in plaats van de nuchtere, rustige jongemannen steeds vaker een onbezonnen trio kersverse rocksterren te zien. Soms wisten we ons geen houding meer te geven, zoals die keer in Finland… Bellamy kijkt grijnzend naar de anderen, die een soort kruising tussen hoesten en beschaamd lachen ten gehore brengen. Bellamy vervolgt in zijn gebruikelijke sneltreinvaart: We hadden een interview gedaan met de Finse televisie en waren behoorlijk dronken. Toen we terugliepen naar ons hotel bleef hun cameraploeg maar achter ons aanlopen. Eenmaal bij het hotel bleek er ook nog eens een flinke groep fans en fotografen voor de deur te staan. We gingen helemaal los en begonnen allerlei Jackass-toeren uit te halen. Ik weet niet meer precies welke, maar ik ben in ieder geval een paar keer vanaf een balkon een bos struiken in gesprongen. Of gelazerd. Ach ja, we doen nu eenmaal alles voor de fans en de camera’s.

Na het Reading Festival van 2002 konden de drie dan eindelijk een paar maanden ‘naar huis’. Een openbaring voor Matt & co. Tijd doorbrengen met je vriendin. Familie, vrienden en bekenden opzoeken. We waren het contact met al die mensen bijna verloren. Toen we voor het eerst weer met z’n drieën rond de tafel gingen zitten, besloten we het drukke tijdschema zo lang mogelijk uit te stellen. We huurden een oefenruimte in Londen en hebben daar een paar maanden lang zonder enige druk zitten oefenen en werken aan de nieuwe nummers. We konden echt weer ‘vrij’ muziek maken, het leek wel op de dagen in Teignmouth zonder platendeal. Dat had als voordeel dat de nummers erg goed in elkaar zaten toen we de studio ingingen. Veel beter dan bij Origin Of Symmetry.

Het resulteerde in Absolution, plaat nummer drie, waarop de onmiskenbare Muse-sound niet zozeer verbreed als wel ‘verrijkt’ is. We wilden iets origineels boetseren uit respect voor het verleden. Van recht-door-zee hardrock tot epische, Queen-achtige fantasieën. Alles is door elkaar heengemixt zodat we niet direct stijlen hebben gekopieërd, maar je hoort wel dat we ze geraadpleegd hebben. Een interessante verzameling oude dingen die tegelijkertijd iets heel nieuws vormt.

Voor de bulk van de opnamen verhuisde de band tijdelijk naar Ierland, om vervolgens in in de Cello Studios te Los Angeles waar de Beach Boys ooit een deel van Pet Sounds inspeelden de puntjes op de ‘i’ te zetten. En nee, niks geen ruige avonturen daar, glundert Bellamy. We hebben ons heel professioneel gedragen in LA. Een beetje rondtouren, sightseeing, surfen en op het strand liggen. Even wat kleur op onze gezichten, frisse lucht… En bandjes kijken, zoals Kings Of Leon en The Coral. Nee, volgens mij liggen onze ruige dagen in het verleden…

Een vreemde opmerking, want de jongens van Muse zijn nog maar midden twintig en hun band staat hoog op de nominatie om een nieuwe mega-act te worden. De aanstaande tournee langs Europa’s grootste sporthallen waaronder Ahoy’ spreekt wat dat betreft boekdelen. Bellamy: Ik hoop dat je ernaast zit. Muse is niet het type band om als mega-act door het leven te gaan. Wij zijn gewoon een uit de kluiten gewassen alternatief bandje. Mega-acts staan op de covers van glossy bladen en zijn steenrijk. Wij zijn dat niet. We hoeven nu niet meer te knokken om het hoofd boven water te houden, maar dat komt grotendeels omdat we bijna alles wat we verdienen, terugpompen in de band. Mega-act, het idee! Ik zweer het je, beroemd zullen wij nooit worden.

En die ruige da€€gen? Wordt Muse hoe groter, hoe saaier? h, ik ben ook best wel ‘een rockster’, hoor, grinnikt Bellamy. Alleen zou ik verbleken naast bijvoorbeeld Motley Crüe. Ik denk echt dat de wilde dagen achter ons liggen. Geweld op het podium, instrumenten stukslaan; het was leuk, maar dat was vroeger. De goeie ouwe tijd al is dat meer iets voor Deep Purple, maar goed. Hotelkamers aan gort slaan en feesten tot je er bij neervalt zie ik niet meer zo zitten. Je wordt ouder. You clean your act up. ‘t Is wel weer mooi geweest. Dan met een kwajongens-grijns: Muse bestaat nog slechts uit voorbeeldige jongemannen!



Willem Bemboom


back to articles