De Volkskrant - Explosie in je gezicht (september 2003)

De drie leden van de Britse rockformatie Muse hebben definitief hun jeugd achter zicg gelaten. Ze zijn met hun album ‘Absolution’ geland in de realiteit. De wereld na 9/11, de wereld zonder vriendin. Zanger/gitarist Matthew Bellamy: ‘Brengen we dit tot een goed eind, gaan we verder.’


Stampende laarzen aan het begin van Absolution, het derde studioalbum van Muse. De luisteraar marcheert regelrecht het openingsnummer Apocalypse Please binnen. ‘It’s the end of the world’, zingt Matthew Bellamy met zijn typerende, licht hysterische stem. ‘It’s time we saw a miracle, it’s time for something biblical.’ Apocalyps? Vergiffenis? Gedachten van een stervende atheďst, zoals een ander liedje heet – wat is er met Matthew Bellamy gebeurd? Niet zo gek veel, zegt de 25-jarige zanger/gitarist van het Britse rocktrio in een kamer van de Amsterdamse Oude Kerk. Een ruimte die hij niet zelf heeft uitgekozen voor een dag lang interviews, maar die hem wel bevalt. ‘Gewoon omdat dit een historisch monument is, niet vanwege de religieuze associaties, want laat ik duidelijk zijn, ik ben ongelovig.’ En ja, het is dan wel een heftig begin van een rockplaat, zo’n liedje waarin het einde der tijden wordt afgeroepen, maar het kwam er zomaar, ineens. ‘Ik weet niet waaruit het precies ontstond. Het is gezongen vanuit het perspectief van een religieuzes fanaat die zijn God de wereld wil laten beëindigen. Volledig over de top, bedoeld als een explosie midden in je gezicht. Vooral muzikaal.’

 En dat terwijl de opnames voor Absolution deze winter zo gemoedelijk begonnen. Muse was na de uitputtende wereldtour die volgde op de tweede plaat Origin Of Symmetry (2001) weer terug in eigen land, en werd teruggeworpen in wat Bellamy een ‘normaal leven’ noemt. ‘Vergeleken met maandenlang in bussen en vliegtuigen zitten, op weg van de ene hal naar de andere sportzaal, is alles normaal.’ Maar zo gewoon was het allemaal niet, juist niet voor de zanger van Muse. Zijn relatie was ten tijde van Origin Of Symmetry op de klippen gelopen. ‘Iets waar je binnen een rock ’n roll-band op tournee misschien weinig dramatisch over doet, want er valt genoeg te genieten. Maar dan kom je thuis en dan zijn er alleen nog maar herinneringen.’ Net als de twee andere leden van Muse, bassist Chris Wolstenholme en drummer Dominic Howard, groeide Bellamy op in Teighmouth, een kustplaatsje in Devon. Op zijn zestiende ontmoette hij het meisje met wie hij zes jaar samen zou blijven. Relatie weg betekende jeugd weg, zegt Bellamy, die Teignmouth inruilde voor London. Hier richtte hij een bescheiden studio in waar hij samen met Wolstenholme en Howard vooral ter ontspanning aan nieuwe liedjes ging werken. ‘Er was geen enkele druk van platenmaatschappij of management. Ik hoefde niet, maar ik wilde graag, want ik maak het liefst muziek wanneer ik er allemaal niet meer uitkom. 

Eenmaal achter de piano besefte ik dat ik eigenlijk in een emotioneel dalletje zat, en toen bood muziek een uitweg. Alle twijfels, onzekerheden, ergernissen en frustraties kon ik nu tot uitdrukking brengen.’ Op Origin Of Symmetry wilde Bellamy vooral laten horen dat Muse niet alleen gepassioneerde rock maakte, maar ook een excentrieke kant had. Dat uitte zich in pompeuze composities vol huilende zang en bloedserieus bedoelde muzikale citaten uit de symfonische rockgeschiedenis. Met Absolution moest Muse weer wat meer realiteitszin tonen. Een realiteit die zowel op macroniveau (9/11, oorlog in Irak) als in privé-sfeer (verloren liefde, einde onschuld) niet bepaald vrolijk stemde. Maar, zo haast Bellamy zich te zeggen, ‘aanvankelijk waren de liedjes voor Absolution tamelijk optimistisch. Pas toen, en dat kwam door dat Irak-gedoe, de wereld nog grimmiger leek te worden, ontstond een liedje als Apocalypse Please. Zo’n nummer zet natuurlijk een bepaalde toon.’ Absolution klinkt directer dan Origin Of Symmetry, en meer dan op die plaat benadert Muse zijn voortrazende, bijkans uit de voegen barstende live-geluid. 

De symfonische bombast is vervangen door terugkerende motiefjes uit de klassieke muziek. Bellamy heeft iets met klassieke muziek, en dat mogen zijn luisteraars weten. ‘Ik houd niet van de mathematische precisie van een Bach en ook niet echt van Mozart. Mijn interesse begint bij Beethoven, en componisten uit de romantiek. Rachmaninov, Liszt, Berlioz en vooral Chopin, de enige componist die ik nog kende uit mijn jeugd.’ Een hernieuwde kennismaking met de muziek van Chopin ontstond toen Muse werkte aan het eerste album Showbiz (1999). Bellamy was ontevreden over de wijze waarop het in zijn ogen beste liedje Sunburn op gitaar klonk. Dus wilde hij de gitaarpartijen vertalen naar de piano. Alleen: hij beheerste dit instrument nauwelijks. Thuis had hij van zijn vader (die ooit speelde in de van Telstar bekende Tornadoes) hooguit een paar bluesschema’s van Ray Charles geleerd. Dus sloot Bellamy zich tijdenlang op voor pianostudie, en raakte hij aan dit instrument verslingerd. ‘De enige muziekles die ik ooit had, was kortstondig van een gitaarleraar, en ik herinnerde me dat hij me al eens Chopin had laten horen en dat ik dat mooi vond. Dus toen ik verliefd was geraakt op de piano, en me in klassieke muziek wilde verdiepen, begon ik mijn studie bij Chopin.’ 

De muzikale voorkeuren van Bellamy neigen ook binnen de popmuziek uit zijn jeugd al richting de moeilijke, tegen symfonische rock (ook wel prog rock genoemd) aanleunende klanken van een band als Primus. En het spijt hem dat hij de topjaren van Emerson, Lake And Palmer, Yes of Gentle Giant nooit heeft meegemaakt.’Die bands worden zowel gehaat als bewonderd, iets dat Muse ook overkomt. En dan ben ik ook nog zo’n zanger die graag over de top gaat’, zegt hij met een grijns op z’n smalle, witte gezicht. Wie Muse hoort, kan niet om de vergelijking heen met iemand als Freddie Mercury van Queen, een zanger die net zo werd verguisd en bewonderd als Bellamy nu. En de zanger van Muse wílde eigenlijk niet eens zingen. ‘Ik moest wel. We waren met z’n drieën, en in heel Teignmouth was niemand te vinden die onze zanger wilde zijn. Lastig, want het was de tijd van Nirvana. Je was zestien en je wilde klinken als Kurt Cobain. Maar daarvoor was mijn stem veel te hoog. Pas toen ik Jeff Buckley zag spelen, in 1994, dacht ik: het kan dus wel. 

En natuurlijk brak even later Radiohead door dat met Thom Yorke ook een zanger heeft die zich nog wel eens in de hoge registers wil laten gelden.’ Muse had het geluk, zo beseft Bellamy terdege, dat in de late jaren negentig, hoge kelen erg populair werden. En dus ook de pech dat hun muziek steevast werd vergeleken met Radiohead en Coldplay. ‘Dat is onvermijdelijk. Er ontstond nu eenmaal een lichting groepen met zangers die zich wilden onderscheiden van het stoere machogegrom dat jarenlang de toon aangaf. Wie precies de eerste was, doet er niet toe. En Coldplay heeft echt een ander geluid dan Radiohead of Muse.’ En inderdaad vult Muse precies het gat dat zit tussen aan de ene kant de moeilijk te behappen intellectualistische rock van Radiohead en de melodramatische makkelijke passiemuziek van Radiohead (bedoelt denk ik Coldplay). 

De energie die bij Coldplay ontbreekt, krijgen Muse-fans volop. En de behoefte eens lekker loos te gaan op opruiende gitaren, kan bij Muse beter worden uitgeleefd dan bij Radiohead. Met de wetenschap dat Radiohead en vooral Coldplay het in de Verenigde Staten uitstekend doen, gaat ook Muse een grote toekomst tegemoet. Maar Bellamy wil daarvan nog niet weten. ‘Amerika staat pas voor volgend jaar op de agenda. We betekenen er nog niks, en willen er pas aan denken als we hier in Europa onze zaakjes op orde hebben. We hebben met Absolution een platina plaat op te volgen en staan hier in de grootste hallen geprogrammeerd. Brengen we dit tot een goed eind, gaan we verder. Anders moeten we misschien toch gaan denken aan uitbreiding van de band of zo.’ 

Muse treedt nog altijd op in driemanformatie. En van The Jam en Supergrass tot Nirvana hield geen band dat vol. Muse lijkt met deze traditie te breken. ‘Maar het zou best kunnen dat ook wij ons geluid willen aandikken. Op Absolution staat al een nummer Blackout dat eigenlijk een bigband-arrangement heeft. Hoe goed het ook bevalt met z’n drieën, van de stellige overtuiging dat Muse een soort heilige drie-eenheid is, ben ik teruggekomen.’ Zoals hij over veel zekerheden die hij jaren met zich meedroeg niet meer zo stellig is. ‘Daar gaat Absolution natuurlijk ook over: dat punt in je leven dat alles lijkt te kantelen. Weg vrede, weg liefde, weg jeugd. Het einde van Muse is niet zo moeilijk meer voor te stellen.’

Thanks to incubism for posting this on the official messageboard

Gijsbert Kramer 



back to articles